Groningen was jarenlang een van de meest veelbelovende regio’s in Europa als het gaat om waterstof. De provincie profileerde zich als toekomstig centrum van waterstofproductie en -transport, met grote ambities richting 2030. Maar inmiddels dreigt die koploperspositie weg te glijden: plannen die concreet hadden moeten worden, komen maar moeizaam van de grond.
Hydrogen Valley: de ambitie van Groningen
Onder de noemer Hydrogen Valley werkte de regio Noord-Nederland aan een breed ecosysteem rondom waterstof. Het idee was dat Groningen en omgeving rond 2030 zouden uitgroeien tot een hotspot waar waterstof geproduceerd, opgeslagen, getransporteerd en gebruikt wordt, van industrie tot mobiliteit. De ligging van de provincie speelde daarin een grote rol: Groningen heeft historische ervaring met de energiesector, een uitgebreid gasnet dat geschikt gemaakt kan worden voor waterstof, en toegang tot de Noordzee waar offshore windenergie groene waterstof mogelijk maakt.
De plannen klonken logisch en goed onderbouwd. Bestaande gasleidingen in de regio zouden omgebouwd kunnen worden voor waterstoftransport. De industrie in de Eemshaven, waar grote energiebedrijven al aanwezig zijn, leek een ideale plek voor grootschalige waterstofproductie. En de kennis die in de regio zit op het gebied van energie en chemie zou het fundament vormen voor een nieuwe sector.
Waarom de plannen rond waterstof in Groningen stagneren
Toch loopt het in de praktijk anders. Volgens berichtgeving van RTV Noord uit juni 2024 dreigt Groningen zijn koploperspositie kwijt te raken, omdat plannen niet van de grond komen. Dat heeft verschillende oorzaken die elkaar versterken.
Ten eerste is er de onzekerheid over financiering. Waterstofprojecten zijn kostbaar en de businesscases zijn op dit moment vaak nog niet rendabel zonder stevige overheidssteun. Europese subsidieprogramma’s zijn beschikbaar, maar de procedures zijn complex en tijdrovend. Bedrijven aarzelen om grote investeringen te doen zolang de markt voor groene waterstof nog onvolwassen is en de prijs per kilogram waterstof hoog blijft vergeleken met fossiele alternatieven.
Ten tweede speelt infrastructuur een rol. Het omzetten van gasleidingen naar waterstoftransport kost tijd en geld, en de aansluiting op een Europees waterstofnetwerk is nog niet gerealiseerd. Zonder die aansluiting is het moeilijk om op grote schaal waterstof te exporteren, wat een van de pijlers was van de Groningse ambitie.
Ten derde is er twijfel over de vraagkant. Industrie en transport stappen nog maar langzaam over op waterstof. Zolang de afzet onzeker is, blijven investeringen aan de productiekant risicovol.
Wat Groningen wél heeft
Ondanks de vertraging staat Groningen niet met lege handen. De regio heeft een aantal concrete voordelen die andere regio’s niet zomaar kunnen kopiëren. De aanwezigheid van grote energiebedrijven in de Eemshaven, de ruimte voor industriële ontwikkeling en de nabijheid van windparken op de Noordzee maken het gebied structureel aantrekkelijk voor waterstofprojecten.
Daarnaast lopen er projecten rondom blauwe waterstof, waarbij waterstof wordt geproduceerd uit aardgas terwijl de CO2 ondergronds wordt opgeslagen. De lege gasvelden in de regio zijn daarvoor een logische opslaglocatie, al is dit politiek gevoelig na de aardbevingsproblematiek. Of en in welke mate die velden daarvoor ingezet worden, is nog niet definitief bepaald.
De vergelijking met andere regio’s
Terwijl Groningen aarzelt, zetten andere Europese regio’s stappen. Rotterdam investeert fors in waterstofinfrastructuur in de haven. In Duitsland en Spanje worden grootschalige elektrolysers gebouwd voor groene waterstofproductie. Als Groningen te lang wacht, kunnen bedrijven en investeringen naar die andere locaties gaan, en is het veel moeilijker om later alsnog een centrale rol op te eisen in de Europese waterstofmarkt.
Het gaat hierbij niet alleen om prestige. Een sterke waterstofpositie levert werkgelegenheid op, trekt bedrijven aan en geeft de regio een economische toekomst na het aardgas. Dat maakt de inzet hoog.
Wat er nodig is om de achterstand in te halen
Experts en betrokkenen wijzen op een aantal voorwaarden om Groningen alsnog een serieuze waterstofregio te laten worden. Snellere besluitvorming over subsidies en vergunningen is daarbij een punt dat steeds terugkomt. Ook is meer duidelijkheid nodig over de nationale waterstofstrategie van het Rijk, zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn bij langetermijninvesteringen.
Concrete infrastructuurprojecten, zoals de aansluiting op de geplande Europese waterstofbackbone, moeten sneller worden uitgerold. En de samenwerking tussen provinciale overheid, gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen moet intensiever dan nu het geval is.
Groningen heeft de ingrediënten om een echte waterstofhub te worden, maar de klok tikt. De plannen die nu op papier staan moeten de komende jaren omgezet worden in concrete projecten, anders neemt een andere regio die rol over. De kansen zijn er nog, maar ze wachten niet eeuwig.




