Waterstof bijmengen in aardgas klinkt als een slimme tussenstap naar een schonere energievoorziening, maar in de praktijk kleven er forse nadelen aan. Duitse onderzoekers waarschuwden al in 2022 dat bijmenging van waterstof in het aardgasnetwerk duur en technisch ingewikkeld is, en zelfs averechts kan werken. Hieronder lees je precies hoe dat zit.
Hoe werkt waterstof bijmengen in aardgas?
Bij waterstof bijmengen in aardgas wordt een percentage waterstof (H₂) toegevoegd aan het gewone aardgas dat door het bestaande leidingennet stroomt. Het idee is dat je zo minder fossiel aardgas verbrandt en de CO₂-uitstoot verlaagt, zonder dat je het bestaande gasnet volledig hoeft te vervangen. In Nederland en andere Europese landen wordt gesproken over bijmengpercentages van ruwweg 10 tot 20 procent.
Waterstof heeft echter een lagere energiedichtheid dan aardgas. Per kubieke meter levert waterstof maar ongeveer een derde van de energie die aardgas geeft. Dat betekent dat je bij een bijmengpercentage van 20 procent de netto energieinhoud van het gas al merkbaar verlaagt, terwijl de gasmeter in volume blijft meten. Dat heeft directe gevolgen voor wat je betaalt.
Waarom stijgt de energierekening bij bijmenging?
Precies op dit punt zit de pijn. Doordat waterstof minder energie per kubieke meter levert, moet je meer gas verbranden om dezelfde warmte te krijgen. Je cv-ketel, gasfornuis of geiser draait langer en verbruikt meer volume. Als je energiecontract is gebaseerd op een prijs per kubieke meter in plaats van een prijs per kilowattuur, betaal je dus meer voor hetzelfde comfort.
Daarnaast is waterstof duurder te produceren dan aardgas. Groene waterstof, gemaakt met behulp van hernieuwbare energie, is op dit moment nog aanzienlijk duurder dan aardgas per eenheid energie. Die productiekosten werken door in de gasprijs. Bijmenging verhoogt de gemiddelde kostprijs van het gemengde gas, wat uiteindelijk op de rekening terechtkomt.
Technische en veiligheidsrisico’s van bijmengen
Waterstof is een veel kleiner molecuul dan methaan, het hoofdbestanddeel van aardgas. Dat maakt waterstof moeilijker te dichten: het lekt sneller door verbindingen, pakkingen en materialen die voor aardgas prima werken. Oude gasleidingen, maar ook huishoudelijke apparaten zoals cv-ketels en kooktoestellen, zijn niet allemaal geschikt voor hogere waterstofpercentages.
Boven een bijmengpercentage van ruwweg 20 procent worden de risicos voor bestaande installaties groter. Materialen kunnen bros worden, branders kunnen anders reageren en de vlam gedraagt zich anders. Fabrikanten van cv-ketels geven doorgaans garanties tot een bepaald bijmengpercentage. Daarboven vervalt de garantie of is aanpassing van het apparaat nodig.
Naast huishoudelijke apparaten zijn ook industriële installaties en gasopslagfaciliteiten een aandachtspunt. Aanpassing of vervanging van al die systemen brengt hoge kosten met zich mee.
Wat levert bijmenging dan op voor het klimaat?
De klimaatwinst van bijmengen in aardgas is beperkt. Een bijmengpercentage van 20 procent waterstof verlaagt de CO₂-uitstoot bij verbranding met slechts enkele procenten, omdat de verhouding koolstofatomen in het mengsel maar licht daalt. Tegelijk kost de productie van groene waterstof veel elektriciteit. Die elektriciteit kun je ook direct gebruiken voor warmtepompen of elektrische apparaten, wat energetisch efficiënter is.
Onderzoekers wijzen erop dat bijmengen in het aardgasnet daardoor weinig bijdraagt aan de werkelijke verduurzaming, terwijl de kosten voor aanpassing van het net en apparaten wel reëel zijn. Het wordt door critici gezien als een maatregel die de overgang naar volledig duurzame alternatieven vertraagt in plaats van bespoedigt.
Wie is dan toch voor bijmengen?
Voorstanders, waaronder sommige netbeheerders en gasbedrijven, zien bijmengen als een praktische tussenstap. Het bestaande gasnetwerk heeft een enorme waarde en is al aangelegd. Door dat net voorlopig te gebruiken voor een waterstofmengsel, hoef je niet alles tegelijk te vervangen. Voor regio’s waar een warmtepomp of all-electric woning nu nog niet haalbaar is, kan bijmengen een tijdelijke emissiereductie opleveren.
Bovendien stimuleert bijmenging de vraag naar waterstof, wat de opschaling van groene waterstofproductie kan versnellen. Dat schaalvoordeel kan op termijn de kosten van groene waterstof drukken.
Het debat over waterstof bijmengen in aardgas draait uiteindelijk om een eerlijke afweging: beperkte en dure emissiereductie op korte termijn, of inzetten op structurele alternatieven zoals warmtepompen en volledig waterstofnetwerken voor industrie. De rekening van bijmenging is reëel, de klimaatwinst bescheiden. Dat maakt het verstandig om kritisch te kijken naar de beloftes die er omheen worden gedaan.




