Biogas uit mest: zo werkt het en wat levert het op?

Biogas uit mest ontstaat wanneer dierlijke mest wordt vergist zonder zuurstof. Bacteriën breken de organische stoffen in de mest af, waardoor er een gasmengsel vrijkomt dat grotendeels bestaat uit methaan. Dat methaan kun je gebruiken als brandstof voor warmte, elektriciteit of zelfs als groengas voor het gasnet. Voor veehouders is het een manier om restmateriaal dat toch al vrijkomt om te zetten in bruikbare energie.

We spreken van monomestvergisting als er uitsluitend dierlijke mest wordt vergist, zonder toevoeging van andere biomassa. Dat onderscheidt het van co-vergisting, waarbij je mest mengt met bijvoorbeeld voedselresten of energiegewassen. Monomestvergisting is specifiek gericht op de mest zelf en trekt daarmee de aandacht van veel veehouders die op zoek zijn naar een eenvoudige, duurzame oplossing binnen hun eigen bedrijf.

Hoe werkt het vergisten van mest?

Bij vergisting gaat de mest in een afgesloten tank, de vergister of biogasreactor. In die tank, zonder zuurstof, zetten bacteriën de organische stoffen om. Dit proces heet anaerobe vergisting. Het duurt afhankelijk van de temperatuur en de samenstelling van de mest gemiddeld twintig tot dertig dagen voordat de vergisting volledig is.

Het gas dat vrijkomt, bevat doorgaans vijftig tot zeventig procent methaan en de rest is voornamelijk koolstofdioxide. Dat ruwe biogas wordt in veel gevallen gezuiverd tot groengas met een methaaninhoudspercentage van meer dan tachtig procent. Groengas is direct inzetbaar als alternatief voor aardgas.

Naast het gas houd je digestaat over. Dat is de vergiste mest die overblijft na het proces. Digestaat bevat de mineralen en voedingsstoffen nog grotendeels intact en is daarmee bruikbaar als meststof op het land, soms zelfs met betere eigenschappen dan ruwe mest omdat de stikstof beter beschikbaar is voor planten.

Wat levert biogas uit mest op?

De opbrengst hangt sterk af van het type mest en de hoeveelheid. Varkensmest levert gemiddeld meer biogas per ton op dan rundveemest, omdat varkensmest meer vergistbare organische stof bevat. Als ruwe schatting: één ton varkensmest levert naar schatting rond de twintig tot dertig kubieke meter biogas op. Rundveemest geeft gemiddeld iets minder, ruwweg tien tot twintig kubieke meter per ton.

Voor een middelgroot varkensbedrijf met een paar duizend dieren kunnen die hoeveelheden bij elkaar optellen tot een aanzienlijke energieproductie. Die energie kun je op drie manieren benutten:

  • Eigen gebruik: het biogas aandrijven van een warmtekrachtkoppeling (wkk) die stroom en warmte levert voor de stallen en bedrijfsgebouwen.
  • Groengas leveren: het gezuiverde biogas invoeden op het gasnet en zo een vergoeding ontvangen.
  • Directe verwarming: het gas verbranden in een ketel voor verwarming van de stallen, zonder verdere bewerking.

Welke route het meest loont, hangt af van de installatie, de netaansluiting en de energieprijzen op het moment van gebruik.

Kosten en terugverdientijd

Een monomestvergistingsinstallatie vergt een flinke investering. De aanschaf en installatie van een kleinschalige vergister kost naar schatting tussen de honderdduizend en drie á vierhonderdduizend euro, afhankelijk van de schaalgrootte en de extra opties zoals gaszuivering en warmtekrachtkoppeling. Dat zijn ruwe marktschattingen; precieze offertes lopen sterk uiteen.

De terugverdientijd ligt in veel gevallen tussen de acht en vijftien jaar. Dat is relatief lang, maar subsidies kunnen dat verkorten. In Nederland kent de overheid de SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie), die een aanvulling geeft op de energieopbrengst als die onder een vastgesteld basisbedrag blijft. Het is verstandig om bij RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) te checken welke subsidiemogelijkheden er op dit moment gelden, want de voorwaarden veranderen regelmatig.

Naast subsidies spelen ook de energieprijzen en de omvang van je veestapel een grote rol. Kleine bedrijven met weinig dieren halen niet genoeg volume om de installatie rendabel te maken. Grofweg geldt: hoe meer mest, hoe sneller de investering terugverdiend is.

Wanneer is biogas uit mest een goede keuze?

Monomestvergisting is het meest geschikt voor veehouders met een relatief grote mestproductie, een stabiele bedrijfsvoering en de ruimte en financiële armslag om een installatie te plaatsen en te onderhouden. Het is geen simpele klus: een vergister vraagt dagelijkse aandacht, technisch inzicht en regelmatig onderhoud. Als dat niet past bij de bedrijfssituatie, kan samenwerking met andere boeren in een gezamenlijke vergister een realistischer alternatief zijn.

Het is ook goed om te weten dat vergisting de mestproblematiek niet oplost. De mineralen blijven in het digestaat aanwezig, dus je hebt nog steeds te maken met mestplaatsingsruimte en mestnormen. De milieuwinst zit vooral in de vermindering van methaanemissies uit opgeslagen mest en in de vervanging van fossiel gas.

Vergunningen en regelgeving

Voor het plaatsen van een vergistingsinstallatie heb je in Nederland een omgevingsvergunning nodig. Bij grotere installaties speelt ook de Wet milieubeheer een rol. Welke vergunning precies nodig is, hangt af van de schaalgrootte en de locatie. RVO.nl en de gemeente zijn de eerste aanspreekpunten om te achterhalen wat er in jouw situatie nodig is.

Bij monomestvergisting is het voordeel dat je juridisch gezien eenvoudiger werkt dan bij co-vergisting, omdat er geen andere inputs worden toegevoegd die extra regelgeving meebrengen. Het digestaat mag je in principe gebruiken als meststof, mits het voldoet aan de mestwetgeving.

Biogas uit mest is geen snelle oplossing, maar voor de juiste boerderij een serieuze manier om energie te besparen, inkomsten te genereren en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De sleutel zit in een eerlijke berekening vooraf: hoeveel mest heb je, wat kost de installatie, welke subsidie is beschikbaar en past het onderhoud bij je bedrijf?

Scroll naar boven