Wereldwijd is er naar schatting nog genoeg aardgas in de grond om enkele decennia mee vooruit te komen, maar de exacte hoeveelheid hangt sterk af van waar je kijkt. Op wereldschaal gaan schattingen uit van bewezen reserves die bij het huidige verbruik nog ruwweg 48 tot 55 jaar meegaan. In Nederland zelf is het beeld een stuk somberder: de eigen aardgasvoorraden zijn bijna op, en het aardgas dat we gebruiken komt inmiddels grotendeels uit het buitenland.
Hoeveel aardgas is er nog wereldwijd?
De bewezen wereldwijde aardgasreserves worden regelmatig bijgehouden door organisaties als de International Energy Agency (IEA) en BP. Op basis van hun gegevens gaat het om zo’n 188 tot 200 biljoen kubieke meter aan bewezen reserves. Bij het huidige wereldwijde verbruik, ruwweg 4 biljoen kubieke meter per jaar, zijn die reserves goed voor ongeveer 48 tot 55 jaar. Dat klinkt geruststellend, maar dit getal verandert voortdurend: nieuwe gasvelden worden ontdekt, en tegelijk stijgt het verbruik in grote economieën.
De grootste reserves zitten in Rusland, Iran en Qatar. Rusland alleen al heeft naar schatting zo’n 38 biljoen kubieke meter aan bewezen reserves, wat het land de grootste gasreserves ter wereld geeft. Iran en Qatar volgen op afstand. Europa heeft vergeleken daarmee weinig eigen aardgas meer over.
Hoeveel aardgas zit er nog in Nederland?
Nederland had jarenlang een van de grootste aardgasvelden ter wereld: het Groningenveld. Dat veld is inmiddels vrijwel gesloten vanwege de aardbevingen die de winning veroorzaakte. De winning in Groningen is in 2024 officieel gestopt. Wat er nog wel gewonnen wordt, zijn kleinere velden op land en in de Noordzee, maar de hoeveelheden zijn beperkt. Het Nederlandse aardgasverbruik wordt daardoor voor een groot deel gedekt door import, met name uit Noorwegen, de Verenigde Staten (als vloeibaar aardgas, LNG) en andere landen.
In de Noordzee liggen nog wel degelijk gasvelden, zowel Nederlandse als Britse en Noorse. De vraag hoeveel gas er nog in de Noordzee zit, is lastig precies te beantwoorden, omdat een deel van de reserves economisch moeilijker te winnen is. Noorwegen pompt nog steeds flinke hoeveelheden Noordzeegas op en is daarmee een van de belangrijkste leveranciers van Europa.
Europese plannen voor gaswinning in 2026
In oktober 2025 bespraken Europese lidstaten plannen om vanaf 2026 meer aardgas te winnen uit de Noordzee en andere Europese bronnen. De gedachte is dat Europa minder afhankelijk moet worden van Russisch gas, zeker na de geopolitieke spanningen van de afgelopen jaren. Of en hoe snel dat lukt, is onzeker: nieuwe boorlocaties goedkeuren en aanleggen kost tijd, en de energietransitie richting hernieuwbare energie loopt er doorheen.
Hoe lang gaan de aardgasreserves mee?
Het antwoord op die vraag is niet simpel, omdat er meerdere factoren meespelen:
- Bewezen reserves: gas waarvan zeker is dat het gewonnen kan worden met huidige technologie en prijzen. Wereldwijd genoeg voor circa 48 tot 55 jaar bij het huidige verbruik.
- Mogelijke reserves: gas waarvan verwacht wordt dat het er zit, maar dat nog niet volledig in kaart is gebracht. Dit kan de beschikbare hoeveelheid flink vergroten.
- Schalie- en steenkoolgas: via fracking zijn extra voorraden beschikbaar, vooral in de Verenigde Staten. Dit heeft de mondiale gasmarkt de afgelopen decennia flink veranderd.
- Verbruiksontwikkeling: als de vraag naar aardgas daalt door de overstap op zonne- en windenergie, gaan de reserves relatief langer mee. Stijgt de vraag, dan slinken ze sneller.
Samengevat: het gas raakt niet morgen op, maar de reserves zijn eindig. Bij gelijkblijvend verbruik en zonder nieuwe grote vondsten zijn de bewezen mondiale reserves ergens in de tweede helft van deze eeuw uitgeput.
Wat betekent dit voor Nederland?
Voor Nederland is de situatie concreet: we zijn al een importerend land voor aardgas. De eigen bodem levert steeds minder. Dat maakt de gasprijs gevoelig voor wat er internationaal gebeurt, zoals de gestegen gasprijzen na 2022 lieten zien. Op de langere termijn zet Nederland in op minder aardgas door woningen te isoleren, over te stappen op warmtepompen en meer duurzame energie op te wekken. Maar voor de komende jaren blijft aardgas een belangrijk onderdeel van de energievoorziening, en blijft de vraag waar dat gas vandaan komt politiek en economisch relevant.
De mondiale gasreserves zijn dus niet meteen op, maar de Nederlandse eigen voorraden zijn dat vrijwel wel. Wie wil weten hoe lang zijn gasrekening nog bepaald wordt door internationale markten: dat zal nog zeker een paar decennia het geval zijn, tenzij de energietransitie sneller gaat dan nu verwacht.




